Aspectontwikkeling

 

26.6
bladzijde 6 van 7

 

Geest en stof

Tenslotte zijn er dan nog de aspecten op het MC en de Ascendant. Daarbij zijn de eersten geestelijk van aard en de tweede stoffelijk (zie hiervoor nog eens tekst 9.3)

 

Weging van het aspect

Bij de weging van de invloed van een aspect spelen naast de plaatsing in sector en teken ook een aantal andere factoren een rol:

a. Hoewel in twee verschillende horoscopen een zelfde aspect in dezelfde tekens en huizen kan staan, heeft dit in beide figuren toch vaak een andere functie en invloed. Dit hangt mede samen met de plaatsing en functie van het aspect in het gehele netwerk van de betreffende horoscoop en van de overige uitingsmogelijkheden van de betrokken planeten.

b. Voorts hebben aspecten van antieke planeten op de in- en uitgaande boog inderdaad de werking die hierboven voor deze bogen is beschreven. Wanneer echter in het aspect een transsaturnale planeet is betrokken, wordt de uitwerking van het aspect iets gecompliceerder. Naast de verhevigde werking die met de transsaturnale planeten gepaard gaat, werken de aspecten ook uit in het collectieve (23.5). In dit gebied zien we bij conflicten op de ingaande boog met het persoonlijk verlies tegelijk een winst optreden voor het omringende collectieve verband en andersom. Met het persoonlijk verlies komen krachten en mogelijkheden vrij, die weer voedend zijn voor de omgeving.

c. Verder wordt de kracht van een conflict ook aangegeven door de aspecten die op de verleden conjunctie stonden. In een aspectontwikkeling blijft dus de beginconstellatie van het conjunctiemoment steeds op de achtergrond aanwezig.

 

Spiegelwerking

Naast de vervormende werking die door de conflictaspecten wordt veroorzaakt, draagt de Maan zelf ook bij aan de wijze waarop het aspect uitwerkt. De Maan dient het Ik immers voor de beeldvorming van zichzelf en van zijn omgeving. Middels haar spiegel en lens toont en projecteert de Maan dit beeld en draagt zij het door van de ene bewustzijnstoestand naar de andere. De fase van uitkristallisatie van het Ik-besef op de uit en ingaande boog (26.2), brengt met zich mee dat deze projectie op beide bogen een eigen aanzicht heeft. Op blz. 22.18 is over de spiegel en lenswerking die bij deze projectie betrokken zijn een beschrijving gegeven.

 

De holle spiegel op de uitgaande boog

De instelling van de holle spiegel is covergerend, waardoor het Ik door de spiegelwand in het brandpunt wordt geplaatst. Door zich in dat punt te verzamelen een Ik-besef ontstaan dat zich (na enig gestruikel) in de omgeving als eigenheid kan uiten.

In het proces op de uitgaande boog projecteert de spiegelwand dus het Ik in zijn eigen positie. In het opgejut zijn wordt het uitgaand vierkant hier wel eens uitgebeeld als een scheepje met opgebolde zeilen. De werktuigen hiervoor zijn de drie buitenplaneten; zij richten de convergerende projectie naar binnen.

 

De holle spiegel op de ingaande boog

Voor het proces op de ingaande boog werkt de convergentie van de holle spiegel andersom. Het Ik in het brandpunt meent nu zelf de zeilen te kunnen opbollen, maar het mist daarvoor de nodig vitaliteit. Ook op deze boog ligt het cruciale moment in het vierkantsaspect. Het eindresultaat op deze boog ligt niet meer in de buitenwereld maar in een reëel Ik-besef ten opzichte van het omringende krachtenveld. De werktuigen hiervoor zijn de drie binnenplaneten; zij richten de convergerende projectie naar binnen.

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten, forum